Bestuurlijke Drukte
Tussen het Rijk en de gemeente is een derde bestuurslaag gegroeid die nooit als zodanig is ontworpen: honderden gemeenschappelijke regelingen, zelfstandige bestuursorganen, adviescolleges en koepels. Elk met een eigen bestuur, jaarverslag, communicatieafdeling en huisvesting. Door de gemeenschappelijke regelingen alleen al ging in 2024 € 13,6 miljard. Het geld komt uit de gemeentebegroting, maar de raad die het opbrengt zit niet aan tafel waar het wordt uitgegeven. Daarbovenop loopt via specifieke uitkeringen (SPUKs) nog eens ruim € 21 mrd geoormerkt van Rijk naar medeoverheden, elk met eigen aanvraag- en verantwoordingscircus.
Omvang dossier
€ 1,8 mrd/3 jr
hard aantoonbaar: begrotingsoverschrijding GR'en (Investico, 2018-2020)
"Het zou makkelijk zijn om de € 13,6 miljard die jaarlijks door de gemeenschappelijke regelingen gaat als verspilling te presenteren. Dat doen we niet, want het klopt niet. Door die regelingen lopen veiligheidsregio's, afvalverwerking, sociale werkvoorziening en GGD's: grotendeels werk dat gewoon gedaan moet worden en dat samen goedkoper is dan alleen. Volgens onze eigen definitie is een dure uitgave die zijn geld waard is geen verspilling. Hoeveel van die € 13,6 miljard overlap en overhead is, hebben wij nog steeds in geen enkele bron gevonden, ook niet na gericht te zoeken naar een IBO of Rekenkamerrapport dat dat kwantificeert. Wél gevonden: een ander, harder cijfer over hetzelfde soort organen. Onderzoek bij ruim 200 gemeenschappelijke regelingen (Investico, 2022) liet zien dat meer dan twee derde jaarlijks het begrote budget overschrijdt, bijna de helft drie jaar op rij, samen ruim € 1,8 miljard boven het goedgekeurde budget over drie jaar (2018-2020). De deelnemende raden konden daar alleen achteraf op tekenen. Dat is geen overhead-cijfer, maar wel een harde maat voor hetzelfde onderliggende probleem: budgetrecht dat op papier bij de raad ligt en er in de praktijk niet ligt. De zbo-kant van hetzelfde verhaal is inmiddels twee keer geactualiseerd, en blijft even ongemakkelijk. De Kaderwet zbo's moest ordening brengen en zou volgens de regering voor zo'n 75% van de zbo's gaan gelden. De Algemene Rekenkamer stelde in 2012 vast dat de wet onverkort gold voor minder dan een kwart: 55 van de 128 zbo-clusters waren geheel uitgezonderd. Bijna tien jaar later, eind 2020, was dat nauwelijks hersteld: slechts 22% van 139 zbo-achtige organisaties viel zonder uitzondering onder de wet. En eind 2025 gold de Kaderwet voor 51,7% van de 180 zbo's, terwijl de vijfjaarlijkse evaluatieplicht bij bijna de helft niet werd nageleefd. De reparatie werd zelf onderdeel van het probleem. Bij de gemeenschappelijke regelingen speelt hetzelfde: in 2022 trad een wet in werking die raden meer grip moest geven, precies omdat het budgetrecht op afstand was komen te staan van de mensen die ervoor gekozen zijn. Een onafhankelijke literatuurstudie (2023, in opdracht van het Rijk na een Kamermotie) trekt inmiddels dezelfde conclusie in nog scherpere bewoordingen: er bestaat wetenschappelijk gezien geen harde data over de effectiviteit, legitimiteit of doelmatigheid van regionale samenwerking. Eén bron die dat zegt is een aanwijzing; twee onafhankelijke bronnen die hetzelfde gat bevestigen, maakt het geen toevallige omissie meer."
Bron: Algemene Rekenkamer: Kaderwet zbo's: reikwijdte en implementatie (2012); CBS StatLine 85789NED (2024); Eerste Kamer, wetsvoorstel 35.513 (2022); Investico: De enige lokale overheid waar je nooit op stemt (2022); AEF/Universiteit Utrecht: Brede evaluatie organisatiekaders (2021); Van Thiel & Ciulinaru: ZBO evaluaties 2021-2025 (2025); Peters, De Greef, Boogers & Boogaard: Regionale samenwerking en gemeenteraden (2023)