Geld dat het doel nooit bereikt
Publiek geld dat wél is uitgekeerd of begroot, maar niet bij het doel aankomt. Dat is de gemene deler van dit thema-dossier: bij de scholen ligt onderwijsgeld op de bank omdat incidentele potjes niet te besteden zijn, en bij het Rijk blijven miljarden onbesteed of geparkeerd in fondsen buiten de normale parlementaire controle. Twee nuances vooraf, want dit is nadrukkelijk géén verlies-verhaal: bovenmatige reserves zijn geen graaien (de trend is dalend en de oorzaak is systeemontwerp), en onderuitputting is geen verdampt geld (veel schuift door). Wat dit dossier meet is gemist doelbereik en ramingsfalen, elk in een eigen sub-dossier.
Omvang dossier
€ 4,6 mrd niet besteed
geld op de plank / onderuitputting (hard), geen 'verdampt' bedrag; rijk 2025
Lijkt op een ander dossier: waar ligt de grens?
Dit thema-dossier gaat over geld dat is uitgekeerd of begroot maar het doel (nog) niet bereikt: het spiegelbeeld van de decemberkoorts, waar geld juist wordt verbrand om het potje leeg te krijgen. Beide zijn symptomen van dezelfde begrotingssystematiek; de decemberkoorts heeft een eigen dossier.
Naar Potjes-CultuurVerwante dossiers
De twee sub-dossiers delen één mechanisme: geld is toegezegd, begroot of uitgekeerd, maar het doel merkt er (nog) niets van. Onnodig is niet het geld zelf, maar het systeemontwerp dat parkeren beloont: incidentele potjes met korte termijnen bij de scholen, te hoge ramingen en fondsen met een 100%-eindejaarsmarge bij het Rijk. In beide gevallen wordt er wél apparaat, verantwoording en verwachting omheen georganiseerd.
Structurele bekostiging in plaats van incidentele potjes, realistisch ramen als openbare norm, en verplichte doelstellingen plus nulmeting per begrotingsfonds. Alle maatregelen staan in de Besparingsagenda; de winst is deels geen kasbesparing maar doelbereik: geld dat alsnog de klas, de regio of het beleidsdoel bereikt.
Onderwijsgeld dat bedoeld is voor de klas staat deels op de bank. Niet door kwade wil, maar door incidentele geldstromen en defensief begroten, en juist dat maakt het een systeemprobleem met een becijferbare omvang: in 2022 telde OCW € 1,62 mrd aan (mogelijk) bovenmatige reserves in het funderend onderwijs. De kern is dan ook niet 'scholen graaien', maar: incidentele geldstromen creëren structureel geld op de plank. Het systeemontwerp is het probleem.
Bovenmatige reserves funderend onderwijs
2022In 2022 (mogelijk) bovenmatig volgens de OCW-systematiek; € 1,14 mrd exclusief NPO-bestemmingsreserves. Het totale publieke eigen vermogen was circa € 7,31 mrd.
€ 1,62 mrd
Samenwerkingsverbanden passend onderwijs
2024Hielden bij invoering van de signaleringswaarde een te hoge reserve aan. De bovenmatige spaarpotten daalden daarna van € 116 mln naar € 59 mln: bijna een halvering.
133 van 152
De trend (verplicht erbij)
2024In 2023 nam het mogelijk bovenmatig publiek eigen vermogen af met € 230 mln; na NPO-correctie resteerden in 2024 in het VO 101 besturen met samen € 304 mln. Dalend dus.
− € 230 mln
"Drie nuances horen onlosmakelijk bij dit dossier, en ze komen van de toezichthouders zelf. Eén: de signaleringswaarde is volgens de Inspectie van het Onderwijs een startpunt voor het gesprek over reserves, geen harde norm; een school boven de waarde is niet automatisch fout bezig. Twee: de reserves zijn deels verklaarbaar door NPO-coronagelden die door het lerarentekort niet besteed kónden worden; wie incidenteel geld uitstort over een sector die geen mensen kan vinden, moet niet verbaasd zijn dat het op de bank belandt. Drie: de trend is dalend (min € 230 mln in 2023; de spaarpotten van de samenwerkingsverbanden bijna gehalveerd). Wat overblijft is het systeemprobleem: incidentele potjes met korte bestedingstermijnen creëren structureel geld op de plank, en dat is een ontwerpkeuze van het Rijk, niet van de scholen. Ook de FTM-rekensom van circa € 8 mrd aan liquide middelen hoort met die bril gelezen: liquide middelen zijn niet hetzelfde als bovenmatige reserve, want een school hoort werkkapitaal aan te houden."
Bron: Inspectie van het Onderwijs; OCW via VOS/ABB (2023); AOb (2024); FTM-rekensom via Balans (secundair)
Waarom dit onnodig is
Niet de reserve zelf is onnodig; buffers horen bij behoorlijk bestuur. Onnodig is een bekostigingssystematiek die scholen incidentele potjes geeft waarvoor ze geen personeel kunnen vinden, en ze vervolgens verwijt dat het geld op de plank ligt. Elke euro bovenmatige reserve is een euro die is uitgekeerd voor de klas en de klas (nog) niet bereikt: geen verspilling in enge zin, wel gemist doelbereik.
Hoe het wel kan
Minder incidentele potjes, meer structurele bekostiging: het NPO-mechanisme (incidenteel geld → reserves) is het bewezen tegenvoorbeeld. Volg het OCW-wetsvoorstel voor verplichte afbouw van bovenmatige reserves op status en werking. En presenteer de winst eerlijk: dit is geen kasbesparing voor de schatkist, maar geld dat alsnog de klas bereikt.
Bronnen: Hogere reserves door NPO en lerarentekort (po/vo) - VOS/ABB (o.b.v. OCW-cijfers) (2023) - Kamerbrief over de financiële positie van het funderend onderwijs (2023-cijfers) - Ministerie van OCW - Toezicht op publiek eigen vermogen (signaleringswaarde) - Inspectie van het Onderwijs - OCW lanceert nieuwe signaleringswaarde voor reserves bij onderwijsinstellingen - VO-raad (2020) - 59 miljoen op de plank: dit zijn de spaarpotten per samenwerkingsverband passend onderwijs - AOb (Onderwijsblad) (2024)
Vooraf, want elke andere framing zou de geloofwaardigheid van dit platform schaden: onderuitputting is géén 'verdampt geld'. Een groot deel schuift via de eindejaarsmarge door naar latere jaren. Dit sub-dossier meet ramings- en sturingsfalen met een prijskaartje, geen weggegooide miljarden. Het is het spiegelbeeld van de decemberkoorts: waar afdelingen in december geld verbranden om het potje leeg te krijgen, krijgt het Rijk tegelijk miljarden niet uitgegeven, en parkeert het steeds meer geld in fondsen buiten de normale parlementaire controle. De verspilling zit in wat daaromheen wordt georganiseerd: beleidscapaciteit, apparaat en verwachtingen rond geld dat niet tot besteding komt, terwijl niemand het doelbereik kan vaststellen.
Onderuitputting: van stijging naar trendbreuk
2025€ 7,8 mrd in 2023 (herziene stand), € 6,0 mrd in 2024, € 4,6 mrd in 2025: de eerste daling na jaren van stijging. Nogmaals: dit schuift deels door via kasschuiven; het meet ramingsfalen, geen verlies.
€ 7,8 mrd → € 4,6 mrd
Langjarig gemiddelde
2019De historische referentie: onderuitputting van circa 1% van het deelplafond Rijksbegroting. Structureel daarboven ramen is geen pech maar een patroon.
ca. 1%
Het Stikstoffonds bestaat niet meer
2024Het wetsvoorstel voor dit fonds is op 29 november 2024 ingetrokken; het budget loopt sindsdien via de gewone LVVN-begroting. Van de drie fondsen die de Rekenkamer in 2023 bekritiseerde, bestaat er dus nog maar één als apart fonds (het Klimaatfonds).
€ 20,5 mrd
Nationaal Groeifonds: raming op 'wensdenken'
2024Van € 1,46 mrd begroot in 2024 werd € 20,9 mln (1,4%) uitgegeven. Rondes 4 en 5 zijn geschrapt (€ 6,8 mrd minder uitgaven). De Rekenkamer noemt de onderliggende raming (2021-2024: € 6,3 mrd geraamd, € 1,6 mrd besteed) letterlijk 'gebaseerd op wensdenken'.
1,4% besteed
Regio Deals: doelbereik niet vast te stellen
2024Rekenkamer (15 mei 2024): Deals leiden niet vanzelfsprekend tot resultaten; doelen te vaag, monitoring onvoldoende. € 900 mln gereserveerd; in 2023 € 284,2 mln toegekend. Geen verspillingsbedrag: de kern is dat niemand het effect kan meten.
€ 1,65 mrd toegezegd
Niet-gebruik toeslagen (CPB)
2021Huurtoeslag circa 12% van rechthebbende huishoudens (2021, circa € 246 mln niet aangevraagd); kindgebonden budget 8,5% (circa € 139 mln); zorgtoeslag iets meer dan 12% van rechthebbende personen. Misgelopen recht bij burgers, geen kasverlies; wel een stelsel dat zijn doel deels mist.
circa 8,5 tot 12%
Hoge terugvorderingen toeslagen
2024Eindrapport Toekomst Toeslagenstelsel: meer dan 500.000 huishoudens met een hoge terugvordering boven € 500; circa 23% van de ontvangers krijgt überhaupt een terugvordering. Spiegelbeeld van niet-gebruik: complexiteit raakt burgers langs twee kanten.
> 500.000 huishoudens
De 100%-marge
2023Reguliere begrotingen mogen maximaal 1% eindejaarsmarge meenemen; begrotingsfondsen kennen een marge van 100%. Geld kan er dus onbeperkt in blijven hangen, buiten het jaarlijkse budgetrecht om.
100% vs. 1%
"Een begrotingsfonds is politiek aantrekkelijk: het geld is 'gereserveerd' en telt als daadkracht, terwijl de besteding pas later volgt. Maar de constructie heeft een prijs. De Algemene Rekenkamer waarschuwde bij de behandeling van de drie grote fondsen die in 2023 samen bijna € 80 mrd bevatten dat het parlement nauwelijks of geen controle kan uitoefenen op de besteding, en dat zonder doelstellingen en nulmeting vooraf niemand het doelbereik kan vaststellen. Van die drie bestaat het Stikstoffonds inmiddels niet meer (wetsvoorstel ingetrokken, november 2024) en is het Nationaal Groeifonds grotendeels uitgefaseerd. De Rekenkamer noemt de eigen raming daarachter 'gebaseerd op wensdenken'. Het Klimaatfonds blijft het enige nog actief functionerende fonds van de drie. Daar komt de 100%-eindejaarsmarge bij: waar een gewone begroting maximaal 1% mag meenemen, kan fondsgeld onbeperkt blijven hangen. Het resultaat is geld dat jaar na jaar 'onderweg' is: begroot, aangekondigd, van apparaat en verwachtingen voorzien, maar niet besteed en niet op resultaat te toetsen. Dat is geen verdampt geld; het is onttrokken aan de vraag of het werkt."
Bron: EK-debat extrabudgettaire financiering (2023); Kamerstuk 36 470 nr. 16 (2023); Kamerbrief intrekking Tijdelijke wet Transitiefonds (2024); Algemene Rekenkamer, Staat van de Rijksverantwoording 2024
Waarom dit onnodig is
Niet het sparen of doorschuiven zelf is onnodig; soms is later uitgeven verstandig. Onnodig is structureel ramen boven wat de uitvoering aankan (€ 7,8 mrd in 2023, ruim boven het langjarige 1%-gemiddelde), en geld parkeren in fondsen zonder doelstellingen, nulmeting of normale parlementaire controle. Om geld dat niet tot besteding komt, staat wél een apparaat: beleidscapaciteit, governance en verwachtingen die jaarlijks geld kosten zonder resultaat.
Hoe het wel kan
Geef elk begrotingsfonds verplichte doelstellingen en een nulmeting plus een specifiek toetsingskader: dat is een bestaande Rekenkamer-aanbeveling, geen vondst van ons. Maak realistisch ramen de norm: departementen die structureel boven het langjarige gemiddelde (1%) onderuitputten, krijgen een openbare ramingsvlag. En publiceer per fonds jaarlijks: begroot, besteed, doorgeschoven en doelbereik.
Bronnen: Jaarrapportage Begrotingscyclus 2023 - Tweede Kamer der Staten-Generaal - Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 - Ministerie van Financiën (2020) - EK-debat over alle extrabudgettaire financiering (4 april 2023) - Eerste Kamer der Staten-Generaal (2023) - Lijst van vragen en antwoorden begrotingsfondsen, Kamerstuk 36 470 nr. 16 - Eerste Kamer der Staten-Generaal (2023) - Staat van de Rijksverantwoording 2024 - Algemene Rekenkamer (2025) - Jaarrapportage Begrotingscyclus 2024 - Tweede Kamer, Commissie voor de Rijksuitgaven (2025) - Financieel Jaarverslag Rijk 2025 - Ministerie van Financiën (2026) - Regio Deals: voortgang en resultaten (onderzoek) - Algemene Rekenkamer (2024) - Regio Deals leiden niet vanzelfsprekend tot resultaten - Algemene Rekenkamer (nieuwsbericht) (2024) - Onbenut recht: huur- en zorgtoeslag en het kindgebonden budget - Centraal Planbureau (CPB) (2025) - Eindrapport Toekomst Toeslagenstelsel - Ministerie van Financiën / interdepartementaal (2024)
- Hogere reserves door NPO en lerarentekort (po/vo) - VOS/ABB (o.b.v. OCW-cijfers) (2023)
- Kamerbrief over de financiële positie van het funderend onderwijs (2023-cijfers) - Ministerie van OCW
- Jaarrapportage Begrotingscyclus 2023 - Tweede Kamer der Staten-Generaal
- EK-debat over alle extrabudgettaire financiering (4 april 2023) - Eerste Kamer der Staten-Generaal (2023)
Werk je bij de overheid of een uitvoeringsinstantie? Help ons verspilling te stoppen door anoniem informatie te delen.
Veilig & Anoniem Melden