Alle dossiers
Dossier

Ketenvorming & Tussenlagen

Sinds de decentralisatie van 2015 kopen 342 gemeenten zorg in bij duizenden aanbieders. Om dat behapbaar te maken contracteren gemeenten 'hoofdaannemers', die het werk vervolgens uitbesteden aan onderaannemers, met een marge ertussen. Daarbovenop komt een tweede laag: de coördinatiekosten van het versnipperde stelsel zelf, want elke gemeente hanteert eigen productcodes, eigen verantwoordingseisen en een eigen inkooporganisatie. Hetzelfde mechanisme (geld dat door meerdere handen gaat en onderweg marge verliest) verbindt jeugdzorg-onderaanneming met de inhuur-brokers en software-resellers uit de buurdossiers.

Omvang dossier

minimaal € 60 mln/jr

onderbouwde schatting: EY-signaleringswaarde jeugdzorg (2022), geen bewezen misstand

Lijkt op een ander dossier: waar ligt de grens?

Dit dossier gaat over légale marges en stelselkosten: geld dat rechtmatig aan de strijkstok blijft hangen. Zorgaanbieders die frauderen, niet-geleverde zorg declareren of excessieve winsten wegsluizen staan in een eigen dossier. De grens: hier het systeem dat marge toestaat, daar de partijen die het misbruiken.

Naar Zorg-Cowboys & PGB-Fraude
Waarom dit onnodig is

De marge van de hoofdaannemer betaalt geen zorg maar het doorzetten van een contract. Dat kan een reële coördinatiefunctie zijn, maar niemand toetst of de marge daarbij past: de Jeugdautoriteit vond marges tot boven de 10%. En de tweede laag is nog duurder: 342 gemeenten die elk eigen productcodes, eigen tarieven en eigen verantwoordingseisen hanteren, creëren coördinatiewerk dat geen enkele jongere helpt. De minister erkent dat een deel van die kosten vermijdbaar is; wat er sindsdien gebeurde is vooral een programma met schrapdagen.

Hoe het wel kan

Standaardiseer landelijk de productcodes en verantwoordingseisen, zodat een aanbieder niet per gemeente een eigen administratie hoeft te voeren. Sta maximaal één contractlaag toe tussen gemeente en zorgverlener, of stel een marge-plafond op onderaanneming. Trek de winstregels door naar onderaannemers, zodat het stichting-bv-gat sluit. En maak de openbare jaarverantwoording voor onderaannemers af, want zonder zicht valt er niets te handhaven.

Zo telt de tussenlaag op
Gemiddelde marge hoofdaannemer richting onderaannemer6,6%
× aandeel sectoromzet via hoofd-/onderaanneming (naar schatting 5 tot 10%)van € 8,1 mrd
= marge die in de contractlaag blijft hangen€ 27 tot 53 mln/jr
Daarbovenop: coördinatiekosten van het stelsel (schatting, brede definitie)ruim € 1 mrd/jr

De contractlaag zelf kost tientallen miljoenen per jaar aan marge; de coördinatie van het versnipperde stelsel een veelvoud daarvan. Welk deel van die coördinatiekosten vermijdbaar is, is nooit becijferd. De minister erkent wél dat een deel vermijdbaar is.

Bron / aanname: Afgeleide orde van grootte o.b.v. Jeugdautoriteit (2023: marge 6,6%, aandeel 5 tot 10%; 2025: uitgaven € 8,1 mrd in 2024, handmatig geverifieerd); coördinatiekosten: Berenschot (2019, over 2018).