Ketenvorming & Tussenlagen
Sinds de decentralisatie van 2015 kopen 342 gemeenten zorg in bij duizenden aanbieders. Om dat behapbaar te maken contracteren gemeenten 'hoofdaannemers', die het werk vervolgens uitbesteden aan onderaannemers, met een marge ertussen. Daarbovenop komt een tweede laag: de coördinatiekosten van het versnipperde stelsel zelf, want elke gemeente hanteert eigen productcodes, eigen verantwoordingseisen en een eigen inkooporganisatie. Hetzelfde mechanisme (geld dat door meerdere handen gaat en onderweg marge verliest) verbindt jeugdzorg-onderaanneming met de inhuur-brokers en software-resellers uit de buurdossiers.
Omvang dossier
minimaal € 60 mln/jr
onderbouwde schatting: EY-signaleringswaarde jeugdzorg (2022), geen bewezen misstand
"Het winstuitkeringsverbod in de jeugdzorg geldt alleen voor hoofdaannemers. Wie als stichting het contract met de gemeente tekent en het werk doorzet naar een eigen bv als onderaannemer, keert via die bv wél winst uit. De wetgever erkent dit gat met zoveel woorden in de memorie van toelichting bij de Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz), en erkent daarbij ook onvoldoende zicht te hebben op de omvang ervan. Dat gebrek aan zicht is niet een voetnoot maar de kern: een verbod waarvan niemand weet hoe vaak het wordt omzeild, is geen verbod maar een routebeschrijving. Een brancheanalyse uit 2026 geeft voor het eerst een cijfer bij dat vermoeden: stichtingen die jeugdhulp uitbesteden aan een bv boeken bijna altijd 'normale' winst, maar bv's die dat doen boeken voor de helft een marge boven 5% en voor een kwart boven 10%. Het is geen officiële meting (het onderliggende rapport zelf is niet openbaar), maar wel de eerste aanwijzing dat het gat niet alleen theoretisch is. Ondertussen is de wetgeving zelf in beweging: een uitspraak van de Raad van State (oktober 2025) noemde de toepassing van het winstuitkeringsverbod inconsistent en in strijd met EU-recht, waarna de minister een 'brede herbezinning' aankondigde. Het kabinet overweegt nu zelf een volledig verbod voor onderaannemers, maar noemt dat 'te ingrijpend' zolang de proportionaliteit onduidelijk is. Het gat blijft dus openstaan zolang dit traject loopt."
Bron: Memorie van toelichting Wibz, Kamerstuk 36 686 nr. 3 (2025); duiding: Recht in de Zorg (2024); Binnenlands Bestuur o.b.v. A-INSIGHTS/Aanbiedermonitor (2026); Kamerstuk 36 686 nr. 7 (2025)