De Groeiende Overheid
Rijk: 125.446 → 160.016 fte in vijf jaar (+27,6%). Bevolking +4,2%, bbp-volume circa +14%. Provincies +7,2% fte in één jaar. Gemeenten: 8,7 → 10,2 ambtenaren per 1.000 inwoners. Dat is te hard voor 'alleen meer taken door de burger'. Het stapelt, en beide kanten dragen: de politiek die wetten, uitzonderingen en potjes stapelt zonder de fte-prijs te noemen, en de ambtenarij waar formatie groeit terwijl productiviteit op plekken daalt, tijd wordt verspild en onderpresteren wordt gedoogd (Werkonderzoek). Tegelijk klaagt de frontlinie terecht over werkdruk: meer regels, niet per se meer handen op het loket. Wie efficiënter en simpeler werkt, heeft minder ambtenaren nodig. Externe inhuur hier alleen als % (Roemer), niet als fte.
Omvang dossier
€ 1,4 mrd taakstelling
politieke taakstelling vanaf 2030, geen gemeten verspilling
"Het bedrag op de kaart, € 1,4 miljard, is niet iets wat wij als verspilling hebben gemeten. Het is de rijksbrede taakstelling die in 2024 op de rijksdienst is gezet: een structurele korting vanaf 2030 (Hoofdlijnenakkoord en Regeerprogramma van de toenmalige coalitie, nog als staand beleid herhaald in mei 2026), deels efficiency, deels vernieuwing. We tonen het omdat het de sterkste erkenning is die er ligt dat het apparaat te hard groeide, en die komt niet van ons maar uit de politiek zelf: het Hoofdlijnenakkoord wilde de groei letterlijk 'terugdraaien' (maatregel 26) met als grondslag dat er tussen 2018 en 2022 zo'n 25.000 fte bijkwamen, +22%. Wat er níét staat is een door ons berekend verspillingsbedrag, en dat is een bewuste keuze. Op deze plek stond tot voor kort € 4,5 miljard; dat hebben we weggehaald, want het stond nergens op: de enige casus claimde € 450 miljoen met als bron 'CBS 2025', terwijl het CBS fte's telt en geen verspilling. Een taakstelling is een politiek doel, geen bewezen verspilling, en die twee door elkaar halen zou een bezuinigingswens als bewijs opvoeren. De groei zelf is hard (van 125.446 fte in 2020 naar 160.016 in 2025, +27,6%), maar groei kan terecht zijn: er kwamen taken bij, en van uitvoeringsorganisaties die te krap zitten heeft iedereen last. De Rekenkamer onderzocht 173 uitvoeringstoetsen van drie ministeries en stelde vast dat ministers niet altijd weten hoeveel personeel nieuw beleid vergt: 'goed zicht ontbreekt'. Maar ze becijfert nergens wélk deel van de groei ongefundeerd was; dat cijfer bestaat niet, en wij verzinnen het niet. Eén laag van de rijksdienst is wél apart te volgen: beleidsambtenaren bij de ministeries (excl. Defensie) groeiden van 11.772 fte (2012) naar 17.832 fte (2023), +51,5%, ruim sneller dan de rijksdienst als geheel. Een staatssecretaris deelde in 2024 alle rijksambtenaren in naar werksoort en liet zien dat 'Beleid' ultimo 2023 met 17.832 fte een kleine schil vormde naast 'Uitvoering' (103.219 fte). Die brief geeft geen eigen tijdreeks voor uitvoering, dus dat beleid harder groeit dán uitvoering is hiermee een sterk signaal, geen sluitend bewijs met twee vergelijkbare reeksen naast elkaar. Eerlijkheid gebiedt ook het tegenbeeld: de groei vlakt af (+1,9% in 2025 tegen +6,2% in 2024) en de externe inhuur daalt (15,4% naar 13,1%, nog boven de eigen 10%-norm). Wie alleen de stijging laat zien, vertelt het halve verhaal. Vervolgonderzoek (2026-07-29) vond wél fragmenten van de gezochte koppeling, met belangrijke kanttekeningen. De Rekenkamer onderzocht in 2024 de productiviteit van twaalf grote uitvoeringsorganisaties en kon voor slechts zes daarvan een beeld geven: stijgend bij Belastingdienst, IND, SVB en UWV, dalend bij CJIB en COA. Een generieke conclusie trekt de Rekenkamer zelf nadrukkelijk niet. Een scherpere, maar minder officiële claim komt van economen Moons en Van Veldhuizen (ESB, 2023): over de 50 grootste uitvoeringsorganisaties zou de productiviteit tussen 2015 en 2021 met 9% zijn gedaald terwijl het aantal voltijdsbanen 12% groeide, met een eigen rekensom van circa 60.000 'te veel' fte als de productiviteit gelijke tred had gehouden met de best presterenden. Dit is economenanalyse op zelf samengestelde data, geen Rekenkamercijfer, en moet ook zo gelezen worden. Concreter is de UWV-WIA-casus: fouten bij tienduizenden uitkeringen bleken niet te komen van te weinig personeel, maar van een bewuste sturingskeuze om kwaliteitscontrole af te schalen ten gunste van doorlooptijd. En het Werkonderzoek onder rijksambtenaren zelf (2019, herhaald 2022) laat zien waarom meer mensen niet vanzelf meer resultaat oplevert: slechts 35% ervaart geen tijdverspilling in het eigen team, ondermaats presteren wordt in 42% van de gevallen gedoogd, en leiderschapskwaliteit blijkt de sterkste voorspeller van teamprestaties. Voor provincies en gemeenten bestaat geen van deze onderzoeken; zie de sub-dossiers hieronder."
Bron: Regeerprogramma 2024 / Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2025 (20 mei 2026); Hoofdlijnenakkoord 2024, budgettaire bijlage; Algemene Rekenkamer: Staat van de rijksverantwoording 2024 (21 mei 2025), Productiviteit in perspectief (5 juni 2024) en Fouten bij WIA-uitkeringen (3 dec. 2025); Moons & Van Veldhuizen, ESB (2023); ICTU/Venster: Werkonderzoek 2019 (okt. 2020); Kamerstuk 31 865 nr. 255 (20 juni 2024, beleid vs. uitvoering)